Onze ervaring,
uw vertrouwen

Grondwettelijk Hof trekt lijn: nieuwe spelregels voor omgevingsvergunningen van gemeenten en provincies

Grondwettelijk Hof: Gemeente of Provincie mag niet meer beslissen over eigen MER-screeningsplichtige aanvragen

Op 18 september 2025 heeft het Grondwettelijk Hof een belangrijk arrest (nr. 122/2025) geveld over de bevoegdheid van gemeenten en provincies bij omgevingsvergunningsaanvragen. Het Hof vernietigde het derde lid van artikel 15/1 van het Omgevingsvergunningsdecreet (OVD), ingevoegd bij het decreet van 19 april 2024.

 

Wat besliste het Hof?

Tot nu toe gold dat wanneer een gemeentelijk project gepaard ging met een project-MER, de beoordeling in eerste aanleg gebeurde door de deputatie (en niet door het eigen college van burgemeester en schepenen). Maar voor projecten met enkel een MER-screening bleef het CBS of de deputatie wel bevoegd voor de eigen aanvragen.

Het Grondwettelijk Hof maakt daar nu een einde aan.
In navolging van het arrest van het Hof van Justitie van 8 mei 2025 (C-236/24) oordeelt het Hof dat ook bij MER-screeningsplichtige projecten een duidelijke functionele scheiding vereist is tussen de initiatiefnemer en de instantie die de screening beoordeelt.

Volgens het Grondwettelijk Hof beschikt de gemeentelijke of provinciale omgevingsambtenaar, wanneer die deel uitmaakt van dezelfde administratie als de aanvrager (bijv. het CBS of de deputatie), niet over voldoende structurele en organisatorische waarborgen voor objectiviteit. Er is dus geen sprake van de “werkelijke autonomie” die het Europese recht vereist. Daarom werd het derde lid van artikel 15/1 OVD vernietigd.

 

MER-screening, wat is dat precies?

MER staat voor milieueffectrapportage. De MER-screening is een “vooronderzoek” dat nagaat of een voorgenomen project potentiële aanzienlijke effecten kan hebben op de omgeving. Dit vooronderzoek wordt gedaan om te bepalen of er een volledig milieueffectrapport (project-MER) moet worden opgesteld. Niet elk project is immers automatisch MER-plichtig. De screening dient om op basis van een beperkte nota te beoordelen of de potentiële milieueffecten groot genoeg zijn om een diepgaand onderzoek te verantwoorden.

De initiatiefnemer (bijv. een gemeente, ontwikkelaar of nutsbedrijf) voegt bij zijn vergunningsaanvraag een MER-screeningsnota toe. De motivering van de aanvrager moet het vergunningverlenend bestuur toelaten om met kennis van zaken te oordelen of de aanvraag al dan niet aanzienlijke milieueffecten voor mens en milieu teweeg brengt.

De nota onderzoekt onder meer:

  • de aard en omvang van het project (bv. bouw van een sporthal, aanleg van een weg, uitbreiding van een industrieterrein);
  • de locatiekenmerken (gevoelige gebieden, nabijheid van natuur, waterlopen of bewoning);
  • de aard van de mogelijke effecten (geluid, luchtkwaliteit, verkeer, water, biodiversiteit, bodemverontreiniging, enz.);
  • de kans op cumulatieve effecten met andere bestaande of geplande projecten (bv. verhouding tussen bijkomend verkeer van een nieuwe sporthal met reeds bestaande verkeer in een drukke straat);
  • en of er redelijke twijfel bestaat over de impact die een project op het milieu kan hebben.

Op basis van deze elementen beslist de bevoegde overheid of het project:

  1. aan MER-plicht onderworpen wordt (er moet dus een volledig project-MER volgen), of
  2. geen MER-plicht heeft, omdat de milieueffecten beperkt of verwaarloosbaar zijn.

Deze beslissing moet uitvoerig gemotiveerd zijn.

 

Gevolgen van het arrest in de praktijk

Concreet mogen gemeenten en provincies niet langer zelf beslissen over hun eigen vergunningsaanvragen wanneer daarbij een MER-screeningsnota hoort. Dat geldt zowel voor aanvragen van het CBS en deputatie zelf als voor aanvragen van aanverwante entiteiten (zoals een autonoom gemeentebedrijf).

Nieuwe dossiers moeten dus worden ingediend bij een hogere overheid:

  • Voor gemeentelijke projecten: bij de deputatie.
  • Voor provinciale projecten: bij de Vlaamse overheid.

 

Overgangsmaatregelen

Het Departement Omgeving heeft als reactie op dit arrest overgangsmaatregelen uitgewerkt:

  1. Nieuwe dossiers van gemeenten of provincies die zelf initiatiefnemer zijn, moeten worden ingediend op het hogere niveau (deputatie of Vlaamse overheid).
  2. Lopende dossiers die nog niet volledig of ontvankelijk zijn verklaard, kunnen digitaal worden doorgestuurd naar de bevoegde overheid via het Omgevingsloket.
  3. Dossiers die al volledig en ontvankelijk zijn, maar waar nog geen beslissing is genomen, worden best stopgezet en opnieuw ingediend bij de juiste overheid.
  4. Beroepsdossiers kunnen niet doorgestuurd worden; de bevoegde overheid in eerste aanleg is immers de beroepsinstantie.

 

Praktisch advies

Lokale besturen en hun technische diensten doen er goed aan om:

  • bij nieuwe projecten vroegtijdig na te gaan of een MER-screening vereist is;
  • de vergunningsstrategie hierop aan te passen;
  • lopende projecten te screenen op risico’s van onwettige behandeling.

Projectontwikkelaars en studiebureaus die samenwerken met gemeenten of provincies moeten eveneens alert zijn: een fout in de bevoegdheid kan leiden tot nietigheid van de beslissing en aanzienlijke vertraging.

 

Wenst u meer info omtrent dit onderwerp of heeft u een vraag? Contacteer ons via info@adlex.be of bel ons op +32 89 32 23 00. Onze experten staan klaar om u te helpen. 

Rechtsdomeinen